Belgische taks TOB effectentaks

Belgische taks op beursverrichtingen: wat betekent dit voor u?

update 25 december 2020

In 2017 en 2018 zijn er twee belangrijke ontwikkelingen die van belang zijn voor alle Belgische beleggers, waaronder de Belgische taks op beursverrichtingen (TOB). Wat zijn de gevolgen voor uw vermogen in 2020, 2021, 2022 en 2023?

De belastingen op sparen en beleggen

Meer info: https://financien.belgium.be/nl/programmawet

De fiscus komt bij de verschillende fases van het sparen en beleggen kijken:

  • Aankoop/verkoop van een beleggingsproduct (aandelen, obligaties, beleggingsfondsen, …) koopt of verkoopt, moet je vaak een taks op beursverrichtingen betalen;
  • Ontvangst van intresten of dividenden, dan betaal je meestal roerende voorheffing;
  • Je krijgt soms belastingvermindering als je spaart of belegt, bijvoorbeeld wanneer je aan pensioensparen doet of een levensverzekering aangaat. Dat moet je dan wel vermelden op jouw jaarlijkse belastingaangifte.
  • stortingen voor een individuele levensverzekering, een groepsverzekering of pensioensparen hebt vermeld op jouw jaarlijkse belastingaangifte, zal je op het einde van de rit belastingen moeten betalen op de uitbetaling van deze spaarvormen.

De taks op beursverrichtingen (TOB)

De beurstaks of taks op de beursverrichtingen (TOB) is een belasting die jouw bank of beursvennootschap je zal aanrekenen wanneer je financiële effecten aankoopt of verkoopt. De TOB is niet van toepassing op de inschrijving op aandelen of obligaties op het ogenblik dat ze uitgegeven worden.

 

Deze taks wordt berekend als een percentage van de prijs. Er zijn 3 tarieven, die afhangen van het soort van beleggingsproduct dat je koopt of verkoopt:

Het tarief van 0,12% geldt voor:

  • Obligaties, zowel van publieke overheden als van privébedrijven wanneer ze gekocht of verkocht worden op de secundaire markt;
  • Aandelen van gereglementeerde vastgoedvennootschappen of GVV’s, zie daarvoor deze lijst.
  • Aandelen van beleggingsvennootschappen en -fondsen (“instellingen voor collectieve beleggingen”), behalve kapitalisatieaandelen. Dat zijn fondsen die zijn ingeschreven op een van deze lijsten op de FSMA website of op een dergelijke lijst in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte (EER). Daar behoren dus aandelen van trackers toe, voor zover ze op zo’n lijst zijn opgenomen.
  • Aandelen van fondsen die als AIFM zijn geregistreerd bij de FSMA (wet van 19 april 2014).
  • Certificaten die betrekking hebben op aandelen of obligaties die zijn uitgegeven door personen die in België zijn gevestigd (zoals bijv. door platformen voor crowdfunding);

Voor beleggingsvennootschappen met kapitalisatieaandelen, die dus geen dividenden uitkeren, geldt een tarief van 1,32% bij de aan- en verkoop alsook bij de inkoop van eigen aandelen door de beleggingsvennootschap.

Het tarief van 0,35% geldt voor:

  • Aandelen;
  • Vastgoedcertificaten;
  • Aandelen of deelbewijzen van beleggingsvennootschappen en -fondsen, of trackers die niet zijn opgenomen op een lijst van een financiële autoriteit van de EER;
  • Alle andere effecten waarvoor geen bijzondere TOB geldt.

Er zijn ook een aantal beleggingsinstrumenten waarop de TOB niet van toepassing is, omdat het eigenlijk om contracten gaat en niet om effecten: opties, futures, CfD’s.

Je vindt het bedrag van de ingehouden TOB terug op de afrekening (het borderel), die jouw bank of beursvennootschap je bij iedere aankoop of verkoop bezorgt. Als je bv. aandelen koopt voor 10 000 euro, zal je 35 euro TOB betalen. Hou er rekening mee dat je bij de verkoop opnieuw TOB moet betalen.

Buitenlandse rekening?

Wanneer je een buitenlandse rekening hebt, ben je als Belgische belastingplichtige onderworpen aan de taks op beursverrichtingen. Je moet die dan zelf uiterlijk op de laatste werkdag van de tweede maand die volgt op de transactie doorstorten volgens de procedure die je hier vindt. Het kan ook dat jouw buitenlandse bank de taks voor jou zal innen en doorstorten. Informeer je bij jouw bank.

De roerende voorheffing

  • Op de meeste dividenden en intresten die je ontvangt, betaal je sinds 1 januari 2017 een roerende voorheffing van 30%. De bank of de onderneming die je intresten of dividenden betaalt, stort de roerende voorheffing door aan de fiscus.
  • Je krijgt de netto bedragen: de (bruto) intresten of dividenden verminderd met de afgehouden roerende voorheffing. Die roerende voorheffing is bevrijdend: je zal op die dividenden en intresten geen andere belastingen meer moeten betalen. Daarom zal je ze ook niet moeten vermelden op jouw belastingaangifte.

15% roerende voorheffing op volgende inkomsten:

  • het gedeelte intrest op een spaarrekening dat het vrijgestelde gedeelte van 990 euro te boven gaat, zie hieronder;
  • de intresten op de staatsbons uitgegeven tussen 22 november 2011 en 4 december  2011 (de “Leterme bon”);
  • dividenden van GVV’s die voor minstens 60% investeren in vastgoed voor woonzorg of gezondheidszorg. Daarvan zijn er twee: Care Property Invest en Aedifica.

Vrijstelling roerende voorheffing:

  • Je betaalt meestal geen roerende voorheffing op de intresten op spaarrekeningen. Enkel wanneer je op een jaar meer dan 990 euro intresten op spaarrekeningen ontvangt, betaal je dus 15% op het gedeelte dat de 990 euro te boven gaat.
  • Dividenden ontvangen vanaf 1 januari 2020 zijn vrijgesteld tot 800 euro. De roerende voorheffing wordt door jouw bank ingehouden, dus je zal de teveel betaalde voorheffing zelf moeten recupereren bij het invullen van jouw belastingaangifte.
  • Intresten m.b.t. de eerste schijf van 9.965 euro (15.630 euro geïndexeerd voor 2020) van leningen aan startende ondernemingen zijn vrijgesteld net als de eerste schijf van 125 euro (200 euro geïndexeerd voor 2020) intresten van leningen aan sociale ondernemingen.

Belasting op meerwaarde obligatiefondsen

Op meerwaarden op het obligatiegedeelte van kapitalisatieaandelen van obligatiefondsen of -trackers houdt jouw bank een roerende voorheffing van 30% in.  De fiscus beschouwt een fonds of een tracker als een obligatiefonds zodra 10% van dat fonds belegd is in obligaties.

Voor fondsen of trackers die je aankocht voor 1 januari 2018, ligt deze drempel op 25% en niet op 10%, zoals voor producten die je na 1 januari 2018 kocht. Hou er rekening mee dat de meerwaardebelasting enkel geldt op het obligatiegedeelte van jouw fonds, maar dat jouw bank vaak 30% op de volledige meerwaarde van het fonds zal inhouden. Informeer je over het beleid van jouw bank ter zake.

Belgische taks op de effectenrekeningen

Deze taks werd door het Grondwettelijk Hof op 17 oktober 2019 vernietigd. Het Hof heeft echter beslist om de gevolgen van deze vernietiging enkel voor de toekomst te laten uitwerken en niet voor het verleden.

Wat betekent dit?

  • Sinds 2018 moest iedere belastingplichtige die voor meer dan 500.000 euro op één of meerdere effectenrekeningen aanhoudt, een belasting van 0,15% op het totaal van de waarde van de aangehouden effecten betalen. De taks was van toepassing voor een referentieperiode die loopt van 1 oktober X tot 30 september X+1.
  • Voor het jaar 2018 (referentieperiode 10 maart 2018 t.e.m. 30 september 2018) blijft de taks dus in principe van toepassing aangezien de vernietiging van de taks door het Grondwettelijk Hof niet voor het verleden geldt.
  • Dit is ook het geval voor het jaar 2019 (referentieperiode 1 oktober 2018 – 30 september 2019).

Voor het jaar 2020 (referentieperiode 1 oktober 2019 – 30 september 2020) is dus de taks niet meer van toepassing.

Voor alle details over de gevolgen van de vernietiging van de taks op de effectenrekening raden wij u aan om de Circulaire uitgevaardigd op 8 februari 2020 (2020/C/28) door de FOD Finaciën op Fisconetplus te raadplegen.

Ingewikkelde en uitgebreide administratie van belastingafdracht op beursverrichtingen

Op 1 januari 2017 is de Belgische taks op beursverrichtingen (TOB) van kracht gegaan. Met de ingang van de nieuwe wet is het toepassingsgebied van de beurstaks uitgebreid. Dit betekent voor u een ingewikkelde administratie van belastingafdracht op beursverrichtingen.

  • Sinds 1 januari 2017 moet iedereen die in België woont beurstaks (TOB) betalen. Ook beleggers die via buitenlandse brokers of banken in aandelen en obligaties beleggen zijn sinds dit jaar onderworpen aan de taks op beursverrichtingen. De beurstaks is verschuldigd op alle aan- en verkoopverrichtingen van effecten, dus ook in het buitenland, door iedereen die in België rijksinwoner is.
  • De aan beurstaks onderworpen verrichtingen moeten op maandelijkse basis worden aangegeven. Het indienen van deze ‘opgave’ en de betaling van de taks moeten gebeuren binnen de maand die volgt op de maand van de verrichting.

Beleggingsportefeuilles bij banken in het buitenland worden duurder

  • Het aanhouden van een beleggingsportefeuille bij een buitenlandse bank wordt duurder aangezien de beurstaks ook van toepassing is op verrichtingen op uw buitenlandse (effecten)rekening.
  • Bovendien wordt u mogelijk ook geconfronteerd met maandelijkse aangifteverplichtingen, tenzij uw bank deze voor u doet, maar er zijn maar weinig buitenlandse banken die deze dienstverlening verstrekken.
  • Dit betekent dat u deze beurstaks zelf moet berekenen en moet afdragen aan de Belgische fiscus.

Distributievergoeding in België vanaf 2018 verboden

  • De TOB is niet de enige verandering op het gebied van beleggen. Vanaf 1 januari 2018 mogen banken in België geen vergoedingen meer accepteren voor de distributie van beleggingsfondsen.
  • Banken wordt naast distributievergoedingen ook verboden dat zij of hun adviseurs bonussen krijgen als zij bepaalde fondsen aanbieden.
  • Tot nu toe mocht dat wel. In Nederland is dit verbod al langer van kracht en komen er steeds meer regels vanuit de toezichthouders.

Waarom deze strengere regels?

  • Het Belgische kabinet wil de regels strenger maken voor banken en vermogensbeheerders die zeggen onafhankelijk advies te verstrekken of aan discretionair vermogensbeheer doen.
  • Van onafhankelijk advies kan geen sprake zijn als een bank of vermogensbeheerder een band heeft met een partij waarvan zij de fondsen aanbiedt.
  • Als er geen sprake is van onafhankelijk advies, wat bij Belgische banken en vermogensbeheerders nog veel voorkomt, moeten zij de klant dat expliciet laten weten.
  • Wie zich nog onafhankelijk wil noemen, krijgt extra regels opgelegd.

Vermogen boven €250.000? Verbeterpunten voor uw beleggingsportefeuille:

Wilt u weten welke voordelen dit voor u kan betekenen en waar u op moet letten? Ontvang via Bankshopper  kosteloos informatie van 1vermogensbeheer.

 

Gerelateerde artikelen