Welke alternatieven heeft u voor een beleggingsfonds?

8 augustus 2017

Wie wil beleggen en niet veel tijd heeft om zelf een portefeuille samen te stellen, kiest vaak voor een beleggingsfonds. Maar welke opties heeft u nog? 

Nu de federale regering een zomerakkoord heeft, zijn er verscheidene zaken op til voor spaarders en beleggers. Zo kunnen pensioenspaarders van volgend jaar meer geld opzij zetten voor later. Spaarders moeten dan weer rekening houden met verlaagde vrijgestelde interesten. Maar ook de beleggers voelen het een en het ander veranderen in hun portefeuille. Zo stijgt de beurstaks voor wie aandelen of obligaties verkoopt. Wie aandelen verkoopt ziet die belasting volgend jaar stijgen van 0,27 naar 0,35 procent. Obligatiehouders moeten rekening houden met een verhoging van 3 basispunten tot 0,12 procent.

Die verhoging is in het bijzonder slecht nieuws voor wie aandelen en/of obligaties verhandelt. Zij zullen meer belastingen moeten betalen van zodra ze die beleggingsproducten kopen of verkopen. 

Beleggingsfondsen

Wie geen tijd heeft om te beleggen in afzonderlijke obligaties of aandelen kan verschillende wegen inslaan. Zij kunnen bijvoorbeeld beslissen om hun geld toe te vertrouwen aan een fondsbeheerder. Die belegt op zijn beurt het geld in uiteenlopende aandelen of obligaties. In ruil voor die diensten betaalt u wel verschillende kosten aan die beheerder. Zo moet u onder meer instap-beheer-en uitstap kosten betalen. U kunt weliswaar die kosten verlagen door te onderhandelen met uw bank of fondsenbeheerder. Hou er overigens rekening mee dat u 30 procent roerende voorheffing moet betalen op de meerwaarde bij verkoop als de beheerder meer dan 25 procent van uw kapitaal in obligaties investeert. Dat is de zogenaamde Reynderstaks.Volgend jaar zou die heffing worden uitgebreid. Ook fondsen die minder dan 25 procent van hun activa investeren in obligaties, moeten binnenkort roerende voorheffing betalen op de meerwaarde op obligaties 

Bij de kapitalisatiefondsen, fondsen die uw opbrengsten opnieuw beleggen, moet u overigens een dividendbelasting van 1,32 procent betalen als u uw deelbewijzen verkoopt. Bij een distributiefonds moet je dan weer 30 procent roerende voorheffing betalen op de uitgekeerde dividenden. Dat is niet het geval bij een kapitalisatiefonds omdat zo’n fonds de opbrengsten opnieuw investeert. 

Tak23-verzekering

Die belasting is weliswaar niet van toepassing op tak23-verzekeringen. Dergelijke verzekeringen investeren het kapitaal van de belegger in onderliggende fondsen. Bij die beleggingsverzekeringen moet u wel een premietaks van 2 procent betalen per storting. Enkel op een tak 23- verzekeringen met kapitaalbescherming of een gegarandeerd rendement kan er soms roerende voorheffing verschuldigd zijn. 

Net zoals bij een beleggingsfonds kan de verzekeraar u instap-beheers-en uitstapkosten aanrekenen. Onthoud dat een tak23-verzekering niet onder het depositogarantiestelsel valt. Dat betekent dat uw kapitaal niet is beschermd wanneer uw verzekeraar over de kop gaat. Daarenboven bent u nooit zeker hoeveel u beleggingsverzekering zal opbrengen. Die opbrengsten zijn afhankelijk van de onderliggende fondsen. Hoe beter die presteren, hoe hoger uw rendement en omgekeerd.