Welk pensioenspaarproduct is u op het lijf geschreven?

28 februari 2017

Pensioensparen bestaat dit jaar 30 jaar. Daarom laten wij bij bankshopper.be ons licht schijnen over de pensioenspaarverzekering en het pensioenspaarfonds.

Sinds 1987 kunnen de spaarders in ons land een appeltje voor de dorst opzij zetten voor later. En daar worden ze nog eens fiscaal voor beloond. Wie jaarlijkse 940 euro spaart voor zijn pensioen, krijgt daarvan 30 procent terug van de fiscus, of 282 euro. En daar is de Belgische spaarder niet ongevoelig voor. Volgens de meest recente cijfers doen 3 miljoen landgenoten aan pensioensparen. Daarvan hebben 1,544 miljoen spaarders gekozen voor een pensioenspaarfonds. De rest heeft een voorkeur voor een pensioenspaarverzekering.

Het ene spaarproduct is weliswaar het andere niet. Daarom is het aangeraden een afweging te maken tussen de voor-en nadelen van beide producten.  Uw risico-appetijt, leeftijd en de kosten zijn de voornaamste aspecten die bepalen welk product bij u past.

Risico-appetijt

Wanneer u aan pensioensparen wilt doen, is de bank verplicht uw profiel te bepalen op basis van een vragenlijst. Zo polst de bank naar uw financiële kennis en stelt het een risicoprofiel op. Afhankelijk van de uitkomst van die vragenlijst, raadt de bank u een bepaald spaarproduct. U blijft daarbij vrij om te kiezen via welk product u aan pensioensparen wenst te doen. Maar waar moet u op letten?

Als blijkt dat u liever geen risico’s neemt, is het aangeraden een tak21-spaarverzekering af te sluiten. Daar hangen enkele voordelen aan vast. Zo garandeert de bank u een jaarlijks rendement. Een eventuele winstdeelname kan het totaalrendement bovendien stevig aandikken. Spaarders die bij Federale Verzekering de tak21-spaarverzekering Vita Pensioen hebben afgesloten kunnen terugblikken op een totaalrendement van 2,4 procent in 2016. De gegarandeerde rentevoet bij de bank klokt momenteel af op 1,25 procent. De bank is vrij om dat rendement te verlagen. De nieuwe rente is dan van toepassing op nieuwe stortingen. Op de reeds gedane stortingen krijgt u het rendement dat gedurende die periode van toepassing was. Op onze site kunt u alle pensioenspaarverzekeringen vergelijken.

In tegenstelling tot de andere pensioenspaarproducten valt uw kapitaal onder het depositogarantiestelsel. Dat betekent dat uw inlagen tot 100.000 euro zijn beschermd wanneer uw financiële instelling failliet. Bovendien heeft de faillissement van een bank geen impact op uw verzekering, omdat die doorgaans in handen is van een verzekeraar. Wie kiest voor een tak23-verzekering heeft die garantie niet. Dat komt omdat u via zo’n verzekering onrechtstreeks investeert in fondsen waarbij u akkoord gaat dat er enkele risico’s zijn verbonden aan de investeringen. Daarnaast belooft de verzekeraar u geen gegarandeerde rendementen. Daartegenover staat wel dat uw kapitaal op lange termijn doorgaans meer geld in het laatje brengt.

Hetzelfde geldt voor de pensioenspaarfondsen die meestal nog meer risico’s inhouden. Maar de geschiedenis leert dat die formules op lange termijn het meeste opbrengen. Cijfers tonen aan dat wie 25 jaar geleden is begonnen aan pensioensparen via een fonds tot nu toe kan terugblikken op een jaarlijks rendement van 6,8 procent. Op tien jaar valt dat rendement terug op 3,2 procent als gevolg van de financiële crisis in 2008. Maar als we kijken naar de opbrengsten van de afgelopen drie jaar leren we dat dat percentage opnieuw is opgelopen tot 6,8 procent. De sterkste prestaties op drie jaar zien we bij Argenta. Die pensioenspaarfonds bracht de afgelopen drie jaar een jaarlijks rendement op van 7,59 procent. De Pension Fund High Equities van Belfius deed het nipt slechter met 7,52 procent. Als pensioenspaarder mag u zich hoe dan ook niet blindstaren op die percentages. Het is nu eenmaal koffiedik kijken wat de toekomst in petto heeft voor ons. Op onze site kunt u alle pensioenspaarfondsen bekijken. 

Leeftijd

Ook de leeftijd is van cruciaal belang wanneer u met pensioensparen start. Zo kunt u enkel van het fiscaal voordeel genieten wanneer u minstens tien jaar aan pensioensparen doet. Dat maakt het minder interessant om bijvoorbeeld pas op u 60ste verjaardag te starten met pensioensparen.

Afhankelijk van uw leeftijd is het ene pensioenspaarproduct interessanter dan het ander.  Voor jongeren die op hun 25ste starten met pensioensparen is het lucratiever om voor een fonds te kiezen. Door het lange beleggingsperspectief kunnen zij gemakkelijker herstellen van een beurscrash. Iemand die pas op zijn 55ste geld stopt in een fonds komt dat veel moeilijker te boven. Bovendien kunt u op eender welk moment overschakelen van een dynamische fonds naar een defensievere fonds om zo uw kapitaal beter te beschermen. Dat is bijvoorbeeld interessant wanneer u een bepaalde leeftijd bereikt. Overschakelen van een fonds naar een verzekering is fiscaal minder interessant.

Wie pas op latere leeftijd begint met pensioensparen kan overwegen een tak21-spaarverzekering te onderschrijven. Zo beschermt u zichzelf tegen een mogelijke beurscrash.  U kunt perfect overstappen van de ene verzekering naar de andere.

Kosten

Tot slot zijn er nog de kosten. Wie in een pensioenspaarfonds stapt betaalt tussen de 0 en 3 procent instapkosten. Argenta is een van de weinige banken die geen instapkosten aanrekent.  BNP Paribas Fortis rekent bijvoorbeeld het maximumtarief aan.  Voorts zijn er nog de lopende kosten. Bij Argenta lopen die bijvoorbeeld op tot 1,32 procent. Bij BNP Paribas Fortis is dat 1,26 procent voor de B Pension Growth. Als spaarder draait u ook op voor de beheerskosten die de fonds betaalt aan de beheerder van de fonds. Net zoals de overige kosten variëren die van bank tot bank en van product tot product. Die kosten schommelen gemiddeld rond 1 procent.

Ook wie een pensioenspaarverzekering onderschrijft ontsnapt niet aan de instapkosten. Die liggen doorgaans hoger. Zo betaalt u gemiddeld tussen 4 en 6 procent instapkosten. U kan met u bankier of verzekeraar onderhandelen om de kosten te verlagen. Net zoals bij de pensioenspaarfondsen betaalt u beheerskosten. Doorgaans schommelen die rond 0,025 procent. Sommige instellingen rekenen geen beheerskosten aan.