Hoe zwaar wegen de nieuwe fiscale maatregelen op uw spaarrekeningen en beleggingen?

25/02/2012

In detail

Nu u weet wat de fiscale begrotingsmaatregelen van de regering inhouden, vraagt u zich wellicht af hoeveel u voortaan daadwerkelijk zult moeten inleveren op de intresten en dividenden die uw spaarrekeningen en/of beleggingen jaarlijks opbrengen. Op enkele uitzonderingen na, is er immers geen ontsnappen aan.

De roerende voorheffing op intresten en dividenden werd opgetrokken van 15 tot 21%. Voor dividenden waarop de roerende voorheffing al 25% bedroeg, blijft dit tarief gewoon behouden. De bestaande vrijstellingen van roerende voorheffing blijven echter van kracht.

Bovendien werd een bijkomende heffing op roerende inkomsten ingevoerd van 4% per belastingplichtige voor beleggers die meer dan 20.020 euro (bedrag 2012 per belastingplichtige; geïndexeerd) aan beleggingsinkomsten ontvangen op een jaar. Het betreft hier zowel intresten en dividenden ontvangen in België als in het buitenland. Ook hier geldt dat de bestaande vrijstellingen van roerende voorheffing van kracht blijven en ook van toepassing zijn voor de nieuwe bijkomende heffing. Concreet zal de vermogenswinstbelasting enkel worden berekend op de roerende inkomsten die de grens van 20.020 euro overschrijden. Op het surplus boven de 20.020 euro zal de totale belasting – inclusief de vermogenswinstbelasting – dus 25% kunnen bedragen. De extra heffing zal echter niet worden geheven op dividenden die sowieso al belast worden tegen 25%.

Voor uw gereglementeerde spaarrekening blijft nagenoeg alles bij het oude. De eerste schijf intresten van 1.830 euro (in 2012), verworven via de basisrentevoet en de getrouwheidspremie, is nog steeds vrijgesteld van roerende voorheffing. Bovendien wordt dit bedrag evenmin in rekening gebracht bij het bepalen van de 20.020 euro drempel. Op intresten die het bedrag van 1.830 euro overtreffen, blijft een roerende voorheffing van 15% verschuldigd. Deze bedragen komen echter wel terecht in de korf die voor het berekenen van de 20.020 euro drempel wordt gebruikt, maar worden niet aan de eventuele bijkomende heffing van 4% blootgesteld.

Voor uw andere rekeningen ziet de situatie er sinds 1 januari 2012 anders uit. Op roerende inkomsten uit termijnrekeningen betaalt u voortaan 21% roerende voorheffing in plaats van 15%. Bovendien tellen deze inkomsten mee voor de berekening van de 20.020 euro drempel en zijn ze aan een eventuele bijkomende heffing van 4% onderworpen.

Intresten uit kasbons en inkomsten uit euro-obligaties en staatbons zitten in hetzelfde schuitje: 21% roerende voorheffing, verrekening in de 20.020 euro korf en mogelijk een bijkomende heffing van 4%. Uitzondering: de door voormalig Eerste Minister Yves Leterme warm aanbevolen en uitermate succesvolle staatsbons die tussen 24 november en 2 december 2011 werden uitgegeven, vallen niet onder deze nieuwe regeling. De roerende voorheffing op de intresten ervan bedraagt 15%. Bovendien worden de intresten evenmin opgenomen in de berekening van de 20.020 euro drempel.

Tot slot zijn er nog de spaar- en beleggingsverzekeringen. U hebt een contract dat meer dan 8 jaar oud is of waaraan sinds de intekening een overlijdensdekking van 130% verbonden is, en waarvan de verzekerde, de intekenaar en de begunstigde bij leven dezelfde persoon zijn? Dan hoeft u zich geen zorgen te maken. Gedeeltelijke of volledige opnemingen blijven immers vrijgesteld van roerende voorheffing en worden niet in de 20.020 euro korf gestopt. In alle andere gevallen zal het belastbare intrestgedeelte dat in uw opneming vervat zit, worden berekend tegen een jaarlijkse rentevoet van 4,75% en ‘bestraft’ met een roerende voorheffing van 21%. De intresten belanden eveneens in de vermelde korf en staan bloot aan de eventuele bijkomende heffing van 4%. Vermijd daarom, en voor zover mogelijk, opnemingen vóór de achtste verjaardag van het contract indien uw contract niet aan de bovengenoemde voorwaarden voldoet.

Voor klassieke levensverzekeringen met uitgesteld kapitaal, al dan niet met tegenverzekering, en gemengde levensverzekeringen, wordt de roerende voorheffing opgetrokken van 15% naar 21%. Indien er sinds de start geen overlijdensdekking van minimaal 130% van de premies aan uw contract gekoppeld is of indien de verzekerde, de verzekeringsnemer en de begunstigde van het contract niet dezelfde persoon zijn, kunt u de roerende voorheffing, de verrekening in de korf en de eventuele bijkomende heffing van 4% alleen maar vermijden door tijdens de eerste 8 jaar geen afkoop te doen.