Gaan de spaarrentes binnenkort ook stijgen?

14/11/2016

De rentes op de hypothecaire woonleningen zitten opnieuw in de lift. Maar wat met de spaarrentes?

Als gevolg van een stijging van de langetermijnrente moeten huisjeszoekers bij het merendeel van de banken maandelijks meer afbetalen als ze een woonlening afsluiten. De langetermijnrente op tien jaar  is gestegen naar het hoogste peil sinds februari: 0,8 procent. De banken grijpen die rentestijging aan om de hypothecaire leningen duurder te maken en hun winstmarges te vergroten. Zij gaan immers met een bang hart het nieuwe jaar tegemoet. Veel banken zijn ervan overtuigd dat ze de resultaten van dit jaar volgend jaar niet gaan kunnen evenaren. Onder meer KBC, Argenta, Belfius en ING hebben reeds bevestigd dat ze aan de tarieven hebben gesleuteld.

Winstmarges onder druk 

De druk op de banken is zodanig groot dat enkele instellingen weigeren hun klanten een negatieve rente toe te kennen. Sommige consumenten hebben daar recht op omdat ze in het verleden een woonlening met een variabele rente hebben afgesloten. Door de historisch lage rente zien zij de tarieven nu in het rood duiken. Ombudsfin, de ombudsdienst van de financiële sector heeft laten weten dat Belfius en AXA hun klanten weigeren een interest te betalen op hun woonlening. Kris Peeters, minister van Consumentenzaken heeft ondertussen gezegd dat hij zich achter de ombudsdienst schaart.

En de spaarrentes? 

Maar hoe zit het met de spaarrentes? Gaan die ook stijgen nu de hypothecaire rentes in de lift zitten? Momenteel ziet het er niet naar uit dat de spaarrentes de woonrentes gaan volgen. Daar zijn verschillende verklaringen voor. Allereerst zullen de banken niet snel geneigd zijn de spaarrentes naar boven bij te stellen omdat ze anders de druk op hun winstmarges opnieuw verhogen.

Maar nog belangrijker is dat de financiële instellingen zich op andere zaken baseren om hun spaartarieven te bepalen. Zo kijken ze naar de langetermijnrente voor de woonleningen en naar kortetermijnrente voor de spaarrekeningen. Een spaarrekeningen is immers een kortlopende overeenkomst. De consument kan op eender welk moment zijn spaardeposito’s opvragen. Een woonlening daarentegen is een contract van lange duur. Een consument ondertekent doorgaans een contract van minstens 15 of 20 jaar.

In tegenstelling tot Belgische tienjaarsrente, noteert de rente op 1 jaar nog steeds in het rood: -0,68 procent. Op twee jaar klokt de rente af op -0,57 procent en op drie jaar op 0,45 procent. Dat is ver onder het minimumtarief dat de banken in ons land aan de spaarders moeten geven: 0,11 procent. Daarom zijn de banken vragende partij om die grens te verlagen naar 0 procent. Een verhoging van de spaarrentes zit er met andere woorden nog niet aan te komen. Pas wanneer de rentes op kortermijn die minimumgrens overtreffen zullen de banken overwegen de spaartarieven opnieuw op te trekken. 

Op onze site kunt u alle spaarrekeningen vergelijken.