Aangifte van beleggingsinkomsten wordt de regel

25/02/2012

In detail

Om de bijkomende heffing van 4% te organiseren, werd een nieuwigheid ingevoerd, namelijk een aangifteplicht voor roerende inkomsten. Vanaf het aanslagjaar 2013 (inkomsten van 2012) zult u verplicht zijn om uw roerende inkomsten, zowel intresten als dividenden, in te vullen op uw belastingaangifte. Ter controle zullen banken en verzekeraars (en alle andere schuldenaars van roerende voorheffing) bovendien verplicht worden om een centraal aanspreekpunt in te lichten over de intrest- en dividendbetalingen aan hun klanten. Dit centraal aanspreekpunt zal worden opgericht ter uitvoering van de wet en zal de fiscus inlichten indien de drempel van 20.020 euro bereikt is of indien de fiscus er expliciet om vraagt.

Voor spaarders en beleggers die hun persoonlijke financiƫle gegevens afgeschermd willen houden voor de fiscus, werd een alternatief systeem uitgewerkt. Zij kunnen ervoor kiezen om aan de bron meteen een bijkomende heffing van 4% te laten inhouden van hun roerende inkomsten die onderworpen zijn aan 21% roerende voorheffing. Wordt geopteerd voor deze bijkomende heffing, dan is de bank of verzekeraar niet verplicht om de betreffende roerende inkomsten te melden bij het centrale aanspreekpunt en moet de belastingplichtige ze ook niet aangeven op zijn fiscale aangifte. Uw bank zal u in de loop van dit jaar wellicht vragen om uw keuze bekend te maken en zal u daarbij de nodige toelichting geven. Niettegenstaande het feit dat u gekozen heeft voor de inhouding van de bijkomende heffing aan de bron, kunt u er toch nog altijd voor opteren om uw roerende inkomsten in uw aangifte te vermelden, teneinde de heffing geheel of gedeeltelijk terug te krijgen (maximum 4% van 20.020 euro).

Kiest u voor de bijkomende heffing aan de bron, houd er dan wel rekening mee dat die vanaf de eerste euro aan roerende inkomsten geheven wordt. Kiest u daarentegen voor de aangifte van uw roerende inkomsten dan is de bijkomende heffing enkel verschuldigd op het surplus boven de 20.020 euro. Belangrijk om te weten is ook dat deze keuzemogelijkheid niet bestaat voor de dividenden die sowieso onderworpen zijn aan 25% roerende voorheffing. Die moeten altijd worden gemeld op de belastingaangifte, al is de bijkomende heffing hierop niet van toepassing.