Roerende voorheffing stijgt van 21 naar 25 procent

20/11/2012

In detail

Er komt een uniforme roerende voorheffing van 25 procent. Dat betekent dat de intresten op zichtrekeningen, kasbons, termijnrekeningen en obligaties vanaf 2013 onderworpen worden aan 25 in plaats van 21 procent roerende voorheffing. De roerende voorheffing wordt ook opnieuw bevrijdend. Dat betekent dat er geen aangifteplicht meer is van roerende inkomsten van 2013 als er aan de bron voorheffing werd afgehouden. Een direct gevolg is ook dat de rijkentaks van 4 procent verdwijnt en dat ook de aandelenstrips zullen uitsterven. Ook het meldingspunt verdwijnt. Iedereen zal vanaf 2013 dus op de meeste beleggingsinkomsten 25 procent roerende voorheffing betalen, ongeacht het bedrag dat hij of zij in portefeuille heeft. Voor de roerende inkomsten van 2012 komt er een overgangsmaatregel. Op het tarief van 25 procent blijven enkele uitzonderingen overeind. Spaarboekjes blijven ongemoeid. De vrijstelling van de roerende voorheffing onder de belastingvrije drempel (1.830 euro in 2012) blijft dus van toepassing. De Leterme-staatsbons blijven onderworpen aan 15 procent roerende voorheffing. Voor residentiƫle vastgoedbevaks wordt afgeweken van de roerende voorheffing van 0 procent die vandaag geldt. Er komt vanaf 2013 een bevrijdende roerende voorheffing voor die bevaks van 15 procent.