Nieuwe Staatsbons vanaf 23 november 2012

12/11/2012

In detail

Twee Staatsbons zullen aan het publiek aangeboden worden: een Staatsbon op 5 jaar en een Staatsbon op 8 jaar. Voor elke Staatsbon zal de rentevoet op 21 november 2012 vastgesteld worden. De inschrijvingsperiode loopt vanaf vrijdag 23 november 2012 tot en met maandag 3 december 2012, met betaling op dinsdag 4 december 2012. De nieuwe Staatsbons in detail vergelijken kan hier.

De staatsbon, een eenvoudig product?

De staatsbon is een eenvoudig product. Daarenboven is de staatsbon specifiek voorbehouden voor gewone spaarders. Door in te tekenen op een staatsbon word je schuldeiser van de Staat: de Belgische Staat wordt je schuldenaar, wat betekent dat hij je geld moet voor het bedrag van de staatsbon en de interest daarop. Meestal is het minimumbedrag 200 euro. Bij iedere staatsbon hoort een rentevoet. Behalve staatsbons die bestemd zijn voor het grote publiek, geeft de Belgische Staat ook leningen uit – zogenaamde ‘OLO’s’ – die bedoeld zijn voor professionele investeerders (‘institutionele beleggers’).

Heeft een staatsbon een looptijd, een vervaldag?

Ja, een staatsbon heeft een vervaldag en dus een bepaalde looptijd. De looptijd is meestal 3, 5 of 8 jaar. Vóór de vervaldag van een staatsbon kan je je geld niet terugvragen. Denk goed na of je het geld niet nodig zal hebben vóór de vervaldag alvorens een staatsbon te kopen.

Hoe koop of verkoop je staatsbons?

Staatsbons worden zeer regelmatig uitgegeven. De staatsbon kan bij zijn uitgifte worden aangekocht (intekening op de primaire markt). Aankopen op de primaire markt gebeuren in principe via een beleggingsinstelling (bv. een bank) die door de Federale Overheidsdienst Financiën is erkend, of rechtstreeks bij de FOD Financiën, Schatkist (Dienst van de Grootboeken). Meer inlichtingen over de erkende beleggingsinstellingen vind je op de website www.debtagency.be - meer inlichtingen over het formulier dat moet worden ingevuld indien je intekent bij de FOD Financiën, Schatkist (Dienst van de Grootboeken) vind je op de website www.grootboeken.be. Er kan maar gedurende een bepaalde periode, de zogeheten ‘intekenperiode’, worden ingetekend op de primaire markt. Staatsbons kunnen ook buiten de uitgifteperiodes worden aangekocht, namelijk op de secundaire markt (de beurs). Er worden dagelijks staatsbons op de beurs verhandeld, maar voor eerder beperkte bedragen. Op die markt kan je je staatsbons vóór de vervaldag ervan verkopen. Let op: de prijs van staatsbons op de beurs is afhankelijk van hun marktwaarde. Deze waarde wordt bepaald door vraag en aanbod. Vraag en aanbod variëren in functie van de marktrente. Als de marktrente hoger is dan de rente op je staatsbon, is de marktwaarde van de bon lager dan zijn nominale waarde (het bedrag waarvoor de bon is uitgegeven). Als daarentegen de marktrente lager is dan die van de staatsbon, is de marktwaarde van de bon hoger dan zijn nominale waarde.

Nominale waarde, uitgifteprijs: wat is het verschil?

De nominale waarde is de waarde van de staatsbon die wordt gepubliceerd in de pers, in reclame, enz. De uitgifteprijs is de prijs die werkelijk dient te worden betaald om de staatsbon bij de uitgifte te kopen. De uitgifteprijs van een staatsbon is niet noodzakelijk gelijk aan de nominale waarde. Soms is de uitgifteprijs hoger of lager. De uitgifteprijs houdt rekening met wat de Staat verwacht dat de beleggers zullen willen betalen om een staatsbon te kopen.

Welke belasting op de interesten?

Een staatsbon zal in principe jaarlijks een interestvergoeding opbrengen, ook wel "coupon" genaamd. Deze interest is een roerend inkomen. Op roerende inkomsten moet belasting betaald worden. Deze belasting bedraagt in beginsel 21 %. Opgelet: er bestaan uitzonderingen (belastingpercentage van 15 %) voor sommige staatsbons.

Hoe wordt die belasting betaald?

De interestvoet die de bank meedeelt is een bruto-interestvoet. Bij de betaling van de interesten wordt 15 of 21 % ingehouden "aan de bron", dat wil zeggen vóór je de interest ontvangt. Jij krijgt dan de netto-interest, namelijk de bruto-interest verminderd met deze belasting. Deze belasting kan bevrijdend zijn, wat betekent dat de interesten definitief belast zijn en je ze niet meer moet vermelden op je belastingaangifte. Je bent met andere woorden "bevrijd" want je hebt de belasting al betaald. Deze belasting is echter slechts bevrijdend wanneer de totale verschuldigde belasting door de bank is ingehouden. Soms is dit misschien niet het geval: de bank houdt immers een voorheffing (voorschot op de belasting) in van 15 of 21 %, maar het is mogelijk dat je een bijkomende heffing van 4 % moet betalen. In dat geval moet je het nodige doen om het verschil te betalen.

Wat betekent "dematerialisatie"?

Staatsbons kunnen de vorm aannemen van papieren effecten aan toonder of gedematerialiseerde effecten die op een rekening in een effectendossier moeten staan. Je krijgt dus geen papieren document met de naam "Staatsbon". Je vindt ze terug op de uittreksels van je effectendossier, die je bank je geregeld toestuurt. Sedert 4 juni 2007 worden er geen nieuwe staatsbons aan toonder meer uitgegeven. Vóór 31 december 2013 moeten alle effecten aan toonder omgezet worden in inschrijvingen op naam of gedematerialiseerde effecten. Daarbij moet een dematerialisatietaks betaald worden. Die bedraagt 1 % op de omzettingen in 2012 en 2 % op de omzettingen in 2013.

Welke risico's zijn verbonden aan staatsbons?

Risico op insolvabiliteit van de Belgische Staat: het risico dat de Belgische Staat zijn schulden niet zou terugbetalen, is erg beperkt. De Staat wordt beschouwd als een van de meest betrouwbare schuldenaren. Wisselkoersrisico: bestaat niet aangezien de Belgische staatsbons altijd zijn uitgedrukt in euro’s. Renterisico: geen risico op rentevoetwijziging omdat de rentevoet is vastgelegd voor de hele looptijd van de staatsbon. Er bestaat een risico op waardedaling van de staatsbon ingeval je de bon verkoopt op de beurs vóór de vervaldag, wanneer de marktrentevoeten op dat moment hoger zijn dan de rentevoet van de staatsbon.