Waar moet u vanaf deze maand op letten als u een woonlening afsluit?

02/05/2017

Vanaf deze maand koppelen de banken strengere voorwaarden aan een woonlening. Hoe komt dat?

Sinds de Amerikanen de miljardair Donald Trump naar het Witte Huis hebben gestemd zit de langetermijnrente in de lift. Beleggers zijn er immers van overtuigd dat de nieuwbakken president de belastingen voor ondernemingen gaat verlagen en gaat investeren in infrastructuur. Dat vertrouwen vertaalt zich in een stijging van de langetermijnrente.  En dat optimisme is ook voelbaar bij ons. Al blijft de stijging weliswaar beperkt door het beleid van de Europese Centrale Bank. De mensen die een huis zoeken, zijn hoe dan ook de eerste die de lichte stijging voelen. De langetermijnrente bepaalt immers hoe duur een hypothecair krediet is.  

BNP Paribas Fortis liet eerder dit jaar al weten dat het verwacht dat de rente op de woonleningen tegen het einde van dit jaar met maximaal 0,5 procentpunt gaat stijgen. Alle experts zijn er bovendien van overtuigd dat de historische goedkope woonleningen achter de rug zijn. 

Strengere kredietvoorwaarden 

Maar de stijgende rente is niet het enige dat boven het hoofd van de mensen, die binnenkort een woonlening wensen af te sluiten, hangt.  De Nationale Bank riep eerder dit jaar de financiële instellingen op om strengere voorwaarden te koppelen aan een woonlening. Zo zouden banken pas een voordelige hypotheeklening mogen toekennen wanneer iemand minstens 20 procent van het kapitaal zelf op tafel kan leggen. Volgens de Nationale Bank is die maatregel noodzakelijk om grote negatieve schokken op te kunnen vangen. 

De nieuwe regels gaan deze maand in. Al zijn de banken niet verplicht om die grenzen op te leggen. Zo mogen kredietgevers meer dan 80 procent van de marktwaarde van uw woonlening lenen. Al moeten ze daar wel een extra reserve voor aanleggen. En dat vertaalt zich in duurdere woonlening voor de klanten. Zo betaalt u bij BNP Paribas Fortis meer voor een woonlening als u minder dan 20 procent van de marktwaarde van uw woning zelf financieert. 

De banken laten weliswaar weten dat ze iedere situatie afzonderlijk analyseren. Het is met andere woorden perfect mogelijk dat u nu nog 90 procent of meer kunt lenen wanneer u een woning koopt.

Bovendien heeft Bart Tommelein, Vlaams minister van Financiën al laten weten dat hij onderzoekt of hij een bepaalde verzekering in het leven kan roepen waardoor mensen veel gemakkelijker meer dan 80 procent van de marktwaarde van een woning kunnen lenen. Zo'n kredietverzekering zou de banken beschermen tegen wanbetalers. De Nationale Bank moet zich daar nog wel over uitspreken. 

Vergelijken blijft de boodschap

Daarom blijft het dan ook belangrijk om woonleningen te vergelijken. Enkel zo bent u zeker dat u de goedkoopste lening krijgt. Een eerste stap in de goede richting is de tarieven op onze site vergelijken. Daarnaast is het aangeraden om zoveel mogelijk banken te bezoeken. De tarieven die wij publiceren zijn namelijk geafficheerde rentes. Dat betekent dat banken doorgaans bereid zijn die verder te verlagen wanneer u elders een goedkoper tarief krijgt. 

De ervaring leert dat u tot 30 procent goedkoper kan krijgen dan de tarieven die de banken publiceren. Al is het aangeraden niet te lang te wachten om banken tegen elkaar uit te spelen. De rente kan immers ieder moment veranderen. Al zal dat nooit meer zijn dan enkele basispunten.  De banken zijn meestal bereid de voorgestelde rente even vast te klikken, zodat u kunt vergelijken met andere banken.

Binnenkort wordt het bovendien eenvoudiger om leningen te vergelijken. Vanaf 1 april 2017 moeten banken een jaarlijkse kostenpercentage bekendmaken voor een woonlening. Dat is bijvoorbeeld al het geval bij een consumentenkrediet of een autolening. Bij de vaststelling van het JKP wordt rekening gehouden met al de bijkomende kosten, zoals het prijskaartje van de extra verzekeringsproducten (denk bijvoorbeeld aan een brandverzekering) die u moet nemen bij uw woonlening.   

Kies de juiste rente

Nu de rente nog steeds behoorlijk laag staat, is het aangeraden om een woonlening af te sluiten met een vaste rente. In zo’n geval bent u zeker dat uw woonlening niet duurder wordt wanneer de rente stijgt. Wie een woonlening met een vaste rente wil herfinancieren wanneer de rente toch daalt, moet een wederbeleggingsvergoeding betalen. Die mag nooit hoger zijn dan drie maanden interest.  

Al kan het in sommige gevallen interessant zijn om een woonlening af te sluiten met een variabele rente. Wie kiest voor een variabele rente krijgt meestal een lager tarief dan wie kiest voor een vaste rente. Dat komt omdat u een deel van de renteschommelingsrisico’s op u neemt wanneer u voor een variabele rente kiest.

Wie voor een lening met een variabele rente kiest gaat ermee akkoord dat de bank op contractueel bepaalde tijdstippen de rente aanpast in functie van de evolutie van een referentie-index. Dat kan bijvoorbeeld driejaarlijks zijn. De banken moeten weliswaar een aantal limieten respecteren. Zo mag de variabele rente nooit verdubbelen. Een rentevoet van 2 procent mag bijvoorbeeld maximaal stijgen tot 4 procent. Het merendeel van de bank neemt bovendien een cap op in het leencontract. Zo weet u op voorhand hoe sterk de kostprijs van uw woonlening kan stijgen.

En vergeet niet: Geld lenen kost ook geld!