Is een tak23-verzekering een goed alternatief voor een beleggingsfonds?

14 september 2017

Beleggers moeten vanaf volgend jaar meer belastingen betalen. Ook de beleggingsfondsen ontsnappen er niet aan. Wat is het alternatief? 

Wie belegt, zal volgend jaar dieper in zijn buidel moeten tasten. Volgens het zomerakkoord van de federale regering moeten beleggers die meer dan 500.000 euro op hun effectenrekening hebben staan vanaf volgend jaar 0,15 procent belastingen betalen.  Levens-en beleggingsverzekeringen ontsnappen aan die belasting. Dat komt omdat dat kapitaal niet gestort wordt op een effectenrekening. Maar is zo’n beleggingsverzekering, of een tak23-verzekering, daarom veel interessanter dan een beleggingsfonds? 

Distributie en kapitalisatie 

Wanneer u een beleggingsfonds afsluit, kunt u kiezen uit twee soorten fondsen: de distributiefonds en de kapitalisatiefonds. Terwijl een kapitalisatiefonds uw interesten opnieuw investeert, betaalt een distributiefonds die interesten uit. En dat heeft een enorme impact op hoe de fiscus die fondsen behandelt. Zo bent u de belastingdienst 1,32 procent  beurstaks (op de waarde bij verkoop) verschuldigd als u belegt via een kapitalisatiefonds.

Wie kiest voor een distributiefonds moet dan weer 30 procent roerende voorheffing betalen op de uitgekeerde dividenden. Daarenboven bent u bij de beide fondsen nogmaals 30 procent roerende voorheffing verschuldigd op de meerwaarde van het schuldpapier (bij verkoop) als uw fonds voor minstens 25 procent uit obligaties bestaat, de zogeheten Reynderstaks. Vergeet bovendien niet, zoals hierboven vermeld, dat u 0,15 procent belastingen moet betalen op de waarde van uw deelbewijzen als u meer dan 500.000 euro hebt staan op uw effectenrekening.

Tak23-verzekering als alternatief? 

Is een tak23-verzekering dan een interessant alternatief? Zoals we reeds hebben aangehaald ontsnapt de beleggingsverzekering aan de toekomstige belasting op de effectenrekening. Maar dat betekent niet dat de fiscus in zo’n geval geen graantje meepikt van uw beleggingen. Zo moet u per storting een premietaks betalen van 2 procent. Daartegenover staat wel dat u geen roerende voorheffing moet betalen op uw investeringen. Al geldt er wel één uitzondering: een tak 23- verzekeringen met kapitaalbescherming of een gegarandeerd rendement. In zo’n geval moet u soms roerende voorheffing betalen, net zoals bij een tak21-verzekering (als u uw kapitaal binnen de acht jaar aanspreekt).

Vergeet overigens niet dat u via een tak23-verzekering fiscaal voordelig kunt sparen voor uw pensioen. Al is dat ook perfect mogelijk via een (pensioenspaar)fonds. Aan beide beleggingsproducten hangen er overigens nog andere kosten vast. Denk bijvoorbeeld aan instap-,uitstap-en beheerskosten. Al kunt u over sommige kosten onderhandelen met uw verzekeringsagent of klantenadviseur bij de bank.   

Vergeet overigens niet dat er aan een tak23-verzekering risico’s zijn verbonden. U belegt immers in onderliggende fondsen. Dat betekent dat u een aanzienlijk deel van uw kapitaal kunt verliezen wanneer een van de onderliggende fondsen slecht presteert. Wie liever geen risico’s neemt, kan overwegen een tak21-verzekering af te sluiten. U leest hier meer over tak21-verzekeringen.