Stem op de Bank van het Jaar 2018

Stem nu

Hoeveel roerende voorheffing betaalt u op uw tak 21-verzekering?

2 september 2012

In detail

Hogere roerende voorheffing, aangifteplicht voor roerende inkomsten,… deze nieuwe maatregelen gelden niet voor tegoeden die minstens acht jaar op een tak 21-verzekering staan. De regering-Di Rupo heeft de fiscaliteit voor roerende inkomsten grondig gewijzigd. Drie dingen springen daarbij meteen in het oog:

De roerende voorheffing op interesten en sommige dividenden van aandelen (bijvoorbeeld die met VVPR-strips) stijgt van 15% tot 21% en roerende inkomsten moeten aangegeven worden op de belastingaangifte. Wie tijdens een jaar meer dan 20.020 EUR aan interesten en dividenden heeft ontvangen, moet op het surplus dat onderworpen is aan het 21%-tarief een bijkomende heffing van 4% betalen. Belastingplichtigen die zoveel mogelijk willen vermijden om hun interesten en dividenden aan te geven, kunnen er voor opteren om de bijkomende heffing onmiddellijk aan de bron te laten inhouden. De banken bieden u binnenkort de keuze.

Voor tak 21-verzekeringen zijn deze nieuwe regels enkel van toepassing bij opnames binnen de acht jaar. Laat u het tegoed minstens acht jaar op de rekening staan, dan is er geen roerende voorheffing verschuldigd en vervalt ook de aangifteverplichting. Diezelfde vrijstelling kan ook bekomen worden door een overlijdensdekking van 130% af te sluiten. Opnames binnen de acht jaar zijn niet vrijgesteld. Bij opnames binnen de acht jaar (zonder bijkomende overlijdensdekking) zijn de nieuwe regels wel van toepassing. Dat wil zeggen:

Op het rentebestanddeel van de opname is 21% roerende voorheffing verschuldigd. Om dit rentebestanddeel te berekenen, moet de verzekeraar uitgaan van een fictief rendement van 4,75% per jaar. Voorbeeld. Stef heeft twee jaar geleden 25.000 EUR op een tak 21-verzekering gestort. Twee jaar later neemt hij 5.000 EUR op van de rekening. Bij een fictief rendement van 4,75% per jaar bedraagt de fictieve rente op het tegoed na twee jaar 2.431,41 EUR, of 8,86% van het totaal. De opname van 5.000 EUR moet in dezelfde verhouding worden opgesplitst. Dat wil zeggen dat 8,86% van de opname, hetzij 443 EUR, door de fiscus wordt beschouwd als rente. Op dat rentebestanddeel wordt 21% roerende voorheffing ingehouden, hetzij 93,03 EUR. Na inhouding van deze roerende voorheffing wordt er netto dus 4.906,97 EUR uitbetaald aan Stef.

Het rentebestanddeel dat vervat zit in de opname, moet aangegeven worden op de belastingaangifte. Uw verzekeraar moet u daarvan een fiscaal attest bezorgen. Dat rentebestanddeel telt ook mee om te bepalen of uw roerende inkomsten de grens van 20.020 EUR overschrijden. Is dat het geval, dan is de vermogenswinstbelasting van 4% van toepassing op de ontvangen rente die deze grens overschrijdt. De aangifteplicht vervalt als u aan uw verzekeraar de opdracht geeft om samen met de roerende voorheffing een bijkomende heffing van 4% in te houden. Bij opnames binnen de 8 jaar zal de verzekeraar u de vraag stellen of u van die mogelijkheid wilt gebruikmaken.