Hoe interessant is een groepsverzekering als extralegaal voordeel?

2 januari 2018

De groepsverzekering is een bijzonder populair extralegaal voordeel in ons land. Maar wat zijn de voor-en nadelen van de zogeheten tweede pensioenpijler?

In een land waar de lonen zeer zwaar belast worden is het interessant om een deel van dat loon in te ruilen voor een extralegaal voordeel. Ecocheques, maaltijdcheques en een groepsverzekering zijn daar enkele voorbeelden van. Zeker nu er steeds meer onzekerheid bestaat over ons pensioen kijken almaar werknemers in de richting van een groepsverzekering. Via de tweede pensioenpijler kan je immers een extra spaarpotje voor later aanleggen. Maar waar moet je op letten?

Sparen voor later

Om te beginnen is het in sommige sectoren verplicht om een groepsverzekering af te sluiten. Die verplichting is afhankelijk van het paritair comité waaronder je werkgever valt. In andere gevallen is de werkgever volledig vrij om te bepalen of hij al dan niet een groepsverzekering afsluit voor zijn werkgever.

Premies groepsverzekering

Maar wie betaalt de premies? Doorgaans betalen zowel de werkgevers als de werknemers een deel van de premies. In het merendeel van de gevallen betaalt de werkgever twee derde van de premie en de werknemer een derde. Al is die verdeelsleutel geen verplichting.

Het gedeelte dat je zelf als werknemer betaalt, wordt afgehouden van je loon. Het deel dat je zelf betaalt, kan je bovendien van je belastingen aftrekken. Je kan bovendien niet zelf bepalen hoeveel je spaart via dit systeem. Dat bedrag ligt contractueel vast voor het volledige personeelbestand.

Lager rendement

Wie via een groepsverzekering spaart, moet sinds vorig jaar wel tevreden zijn met lagere rendement. Sinds 2016 heeft de federale regering bepaalt dat zo’n verzekering minstens 1,75 procent rente in het laatje moet brengen en maximaal 3,75 procent. Die tarieven blijven ook dit jaar van toepassing.

Voor 2016 zag de situatie er anders uit. Toen werd er een wettelijk minimumrendement opgelegd van 3,25 procent op de stortingen van de werkgever en van 3,75 procent op de stortingen van de werknemer. Maar als gevolg van de lage rente was die situatie niet langer houdbaar voor de werkgevers. Zij moesten immers het verschil bijpassen als de verzekeringen niet voldoende opbrachten.

Uitbetaling

Daarnaast zijn er nog een aantal wijzigingen gebeurd in 2016. Zo wordt het aanvullend pensioen sindsdien uitbetaald op het ogenblik dat de verzekeringnemer op pensioen gaat. Dat betekent dat het niet mogelijk is om het kapitaal op te vragen voor of na je pensioen.

Overlijden

De recente wet legt ook een extra verplichting op aan de pensioeninstellingen. Zij zijn sinds 1 januari 2016 verplicht een minimale overlijdensdekking aan te bieden bij een uitdiensttreding. Dankzij zo’n extra polis krijgen je nabestaanden een vast bedrag als je komt te gaan.

Dankzij die wet is het mogelijk de verworven reserves bij de pensioeninstelling van de oude werkgever te laten staan met toevoeging van een overlijdensdekking die overeenstemt met het bedrag van de verworven reserves.

Zelf spaarpotje aanleggen

Hoe dan ook raden wij bij Bankshopper.be aan om zelf ook een pensioenspaarpotje aan te leggen via de derde pensioenpijler. Je hebt verscheidene mogelijkheden om te sparen voor later. Je kan onder meer een pensioenspaarverzekering afsluiten. Je kan al de pensioenspaarverzekering hier vergelijken.

Pensioenspaarfondsen

Wie bereid is meer risico’s te nemen, kan de weg van de pensioenspaarfondsen inslaan. Afhankelijk van je profiel, zal je adviseur je een pensioenspaarfonds op maat aanbieden. Pensioenspaarders die niet risicoschuw zijn, kunnen bijvoorbeeld kiezen voor een dynamisch pensioenspaarfonds dat voornamelijk in aandelen investeert. Een defensief pensioenspaarfonds focust dan voornamelijk op obligaties. Je kan hier alle pensioenspaarfondsen tegen het licht houden.

Niels Saelens