Hoe interessant is een investering in vastgoed?

29 september 2017

De vastgoedprijzen zitten stevig in de lift, maar hoe interessant is een investering in baksteen?

Volgens de meest recente cijfers van de Algemene Directie Statistiek zitten de vastgoedprijzen in ons land stevig in de lift. De gemiddelde prijs van een gewone huis is in het eerste semester van 2017 gestegen met 6.3 procent tegenover dezelfde periode vorig jaar. Concreet betekent dat dat u vandaag gemiddeld 220.920 euro betaalt voor een huis. Wie een villa koopt, betaalt gemiddeld 362.829 euro. Dat is 5,3 procent meer dan in het eerste semester van 2016. De appartementsprijzen zijn dan weer gestegen met 1,7 procent. Voor een appartement betaalt u nu gemiddeld 225.171 euro.

De enorme prijsstijgingen komen niet geheel als een verrassing. Als een gevolg van de lage rente gaan zowel jongere mensen als oudere mensen op zoek naar een woning. Jongeren zoeken naar hun eerste woning, terwijl vastgoedeigenaars zo’n investering zien als een alternatief voor het spaarboekje. Vandaag brengt een traditioneel spaarboekje slechts 0,11 procent rente. Dat terwijl het rendement van een vastgoedinvestering veel hoger ligt. Al durven nieuwbakken vastgoedinvesteerders het rendement wel eens overschatten. Wie in vastgoed investeert, kan jaarlijks rekenen op een gemiddeld rendement van 3 procent.

Welke kosten?

Waar moet u rekening mee houden als u uw woning verhuurt? U moet onder andere met verscheidene uitgaveposten rekeninghouden bij het berekenen van het nettorendement. Om te beginnen bent u de bank interesten verschuldigd wanneer u een hypothecair krediet afsluit. De interesten die u aan de bank betaalt, nemen dus (indirect) een hap uit uw opbrengsten.  Dat betekent wel dat het rendement gevoelig kan stijgen wanneer u uw woonlening hebt afbetaald. Op onze site kunt u alle woonleningen vergelijken.

Daarenboven bent u de fiscus jaarlijks onroerende voorheffing verschuldigd. Die belasting wordt berekend op het kadastraal inkomen van uw woning. Ook via uw personenbelasting wordt u belast. De belastingdienst hanteert een speciale formule om die belasting te berekenen. De fiscus neemt het geïndexeerde kadastraal inkomen en vermenigvuldigt dat met 1,4. Wanneer u uw tweede verblijf verhuurt aan zelfstandigen of professionelen, betaalt u belastingen op het netto onroerend inkomen. Dat is de huur verminderd met een forfaitaire kostenaftrek. Die bedraagt 40 procent van de huurinkomsten, met een maximum van twee derde van het kadastraal inkomen.

Tot slot kunt u geconfronteerd worden met een aantal lokale belastingen. Zo betaalt u in de meeste kuststeden een tweedeverblijfstaks. In sommige steden, zoals Brugge, loopt die op tot 1000 euro. Blijft uw woning langer dan twaalf maanden onbewoond, dan rekenen sommige gemeenten u een leegstandheffing aan.

Vergeet overigens niet dat u als eigenaar ook moet opdraaien voor het merendeel van de kosten van uw woning. Zo zijn onder meer de herstellingen aan de draagmuur of de vervanging van een oude verwarmingsketel op kosten van de verhuurder. De huurder is dan weer verantwoordelijk voor de kleinere herstellingswerken zoals de vervaging van een lamp of de vervanging van een schakelaar. Een belangrijke uitzondering op de herstelverplichting van de huurder is normale slijtage en overmacht: de huurder moet nooit instaan voor het herstel van slijtage door ouderdom of schade door overmacht.