Tegoeden bij een bank

De waarborgregeling voor deposito's is van toepassing op tegoeden aangehouden bij:

  • kredietinstellingen (banken, spaarbanken, effectenbanken)
  • beursvennootschappen

die vallen hetzij onder het Belgisch recht, hetzij onder het recht van een land dat geen lid is van de Europese Economische Ruimte.

De lijst van instellingen waarvoor deze beschermingsregeling geldt, kan geraadpleegd worden op de website van het beschermingsfonds voor deposito’s en financiële instrumenten. De deelneming aan de beschermingsregeling is voor deze instellingen een verplichte voorwaarde voor het bekomen van een vergunning vanwege de Nationale Bank van België. 

www.protectionfund.be

Tegoeden bij een verzekeraar

Het Bijzonder beschermingsfonds voor deposito’s en levensverzekeringen biedt een bescherming voor een maximum bedrag van 100.000 EUR voor levensverzekeringen met gewaarborgd rendement, onderworpen aan het Belgische recht en behorend tot tak 21. Levensverzekeringen die een aanvullend pensioen beogen, worden echter uitgesloten van bescherming. De lijst van instellingen waarvoor deze beschermingsregeling geldt, kan geraadpleegd worden op de website van het Bijzonder beschermingsfonds voor deposito’s en levensverzekeringen.

www.bijzonderbeschermingsfonds.be

Effectenrekeningen

De bescherming van financiële instrumenten wordt exclusief geboden door het beschermingsfonds voor deposito’s en financiële instrumenten en bedraagt maximaal 20.000 EUR per rechthebbende. De bescherming geboden voor financiële instrumenten is essentieel verschillend van de bescherming van deposito’s. Daar waar in het geval van deficiëntie de klant omzeggens altijd beroep zal moeten doen op de depositobescherming zal dit niet altijd het geval zijn wat betreft de bescherming van financiële instrumenten. De financiële instrumenten geplaatst op effectenrekeningen zijn eigendom van de klant en kunnen door deze laatste worden opgevorderd, zonder plafond. In geval van een faillissement van de bank betekent dit dat de effecten activa zijn die geen voorwerp uitmaken van het faillissement. De wetgever voorziet expliciet dat als het geheel van de opgevorderde financiële instrumenten niet zou volstaan om teruggave te vorderen van de effecten waarop hij recht heeft, deze- in functie van hun rechten- zullen verdeeld worden tussen de eigenaars. Het gaat hier echter over een sterk theoretisch risico. Bovendien heeft de wet een bijkomend veiligheidsnet ingebouwd; met name dat indien de bank zelf financiële instrumenten aanhoudt behorend tot dezelfde categorie, deze in eerste instantie toegekend zijn aan de houders van de financiële instrumenten alvorens deze deel gaan uitmaken van de failliete boedel. In de theoretische veronderstelling (dankzij de invoering van bovenvermeld veiligheidsnet),dat de klant zijn effecten niet zou kunnen recupereren, zou hij zich kunnen richten tot het beschermingsfonds voor deposito’s en financiële instrumenten.

www.protectionfund.be

Laatste nazicht: