De regering heeft grondig gesleuteld aan allerhande fiscale tarieven en belastingverminderingen. Vooral voor beleggers en pensioenspaarders zal er heel wat veranderen.

Roerende voorheffing omhoog

De nieuwe regering heeft spaarders en beleggers niet ontzien. De roerende voorheffing op interesten en dividenden werd opgetrokken van 15 tot 21%. Voor dividenden waarop de roerende voorheffing al 25% bedroeg, blijft dit tarief gewoon behouden. De bestaande vrijstellingen van roerende voorheffing blijven echter van kracht.

Bijkomende heffing op roerende inkomsten

Bovendien werd een bijkomende heffing op roerende inkomsten ingevoerd van 4% per belastingplichtige voor beleggers die meer dan 20.020 euro (bedrag 2012 per belastingplichtige; geïndexeerd) aan beleggingsinkomsten ontvangen op een jaar. Het betreft hier zowel interesten en dividenden ontvangen in België als in het buitenland. Ook hier geldt dat de bestaande vrijstellingen van roerende voorheffing van kracht blijven en ook van toepassing zijn voor de nieuwe bijkomende heffing. Dit stelsel is alleen van toepassing voor fysieke personen die aan de Belgische personenbelasting onderworpen zijn.

Concreet zal de vermogenswinstbelasting enkel worden berekend op de roerende inkomsten die de grens van 20.020 euro overschrijden. Op het surplus boven de 20.020 euro zal de totale belasting – inclusief de vermogenswinstbelasting – dus 25% kunnen bedragen. De extra heffing zal echter niet worden geheven op dividenden die sowieso al belast worden tegen 25%.

Aangifte van beleggingsinkomsten wordt de regel

Om de bijkomende heffing van 4% te organiseren, werd ook nog een tweede nieuwigheid ingevoerd, namelijk een aangifteplicht voor roerende inkomsten. Vanaf het aanslagjaar 2013 (inkomsten van 2012) zult u verplicht zijn om uw roerende inkomsten, zowel interesten als dividenden, in te vullen op uw belastingaangifte. Ter controle zullen banken en verzekeraars (en alle andere schuldenaars van roerende voorheffing) bovendien verplicht worden om een centraal aanspreekpunt in te lichten over de interest- en dividendbetalingen aan hun klanten. Dit centraal aanspreekpunt, dat ter uitvoering van de wet in de schoot van de Federale Overheidsdienst Financiën zal worden opgericht, zal de fiscus inlichten indien de drempel van 20.020 euro bereikt is of indien de fiscus er expliciet om vraagt.

Alternatief om aangifte van roerende inkomsten te vermijden

Voor spaarders en beleggers die hun persoonlijke financiële gegevens afgeschermd willen houden voor de fiscus, werd een alternatief systeem uitgewerkt. Zij kunnen ervoor kiezen om aan de bron meteen een bijkomende heffing van 4% te laten inhouden van hun roerende inkomsten die onderworpen zijn aan 21% roerende voorheffing. Wordt geopteerd voor deze bijkomende heffing, dan is de bank of verzekeraar niet verplicht om de betreffende roerende inkomsten te melden bij het centrale aanspreekpunt en moet de belastingplichtige ze ook niet aangeven op zijn fiscale aangifte. Uw bank zal u in de loop van dit jaar wellicht vragen om uw keuze bekend te maken en zal u daarbij de nodige toelichting geven.

Niettegenstaande het feit dat u gekozen hebt voor de inhouding van de bijkomende heffing aan de bron, kunt u er toch nog altijd voor opteren om uw roerende inkomsten in uw aangifte te vermelden, teneinde de heffing geheel of gedeeltelijk terug te krijgen (maximaal 4% van 20.020 euro).

Kiest u voor de bijkomende heffing aan de bron, houd er dan wel rekening mee dat die vanaf de eerste euro aan roerende inkomsten geheven wordt. Kiest u daarentegen voor de aangifte van uw roerende inkomsten dan is de bijkomende heffing enkel verschuldigd op het surplus boven de 20.020 euro. Belangrijk om te weten is ook dat deze keuzemogelijkheid niet bestaat voor de dividenden die sowieso onderworpen zijn aan 25% roerende voorheffing. Die moeten altijd worden gemeld op de belastingaangifte, al is de bijkomende heffing hierop niet van toepassing.

Uitzondering voor de spaarrekening

Op dit nieuwe systeem werd ook in enkele uitzonderingen voorzien. Een eerste uitzondering wordt gemaakt voor de gereglementeerde spaarrekening – zeg maar: het klassieke spaarboekje met een basisrente en een getrouwheidspremie. Hiervoor blijft de vrijstelling van roerende voorheffing op de eerste renteschijf van 1.830 euro (bedrag 2012) behouden. Deze eerste renteschijf telt ook niet mee voor het grensbedrag van 20.020 euro en moet evenmin worden gemeld aan de fiscus, noch door de spaarder, noch door de bank.

Voor het rentesurplus boven de 1.830 euro worden de fiscale spelregels echter wel aangepast. Het oude tarief van 15% roerende voorheffing blijft hiervoor weliswaar behouden, maar aan de nieuwe meldingsplicht ontsnappen deze inkomsten niet. Deze spaarboekinteresten boven de 1.830 euro zullen voortaan dus meetellen om het grensbedrag van 20.020 euro te bepalen. Anderzijds heeft de wetgever ze wel vrijgesteld van de bijkomende heffing van 4%.

Staatsbon Leterme

Ook voor de staatsbon die werd uitgegeven tussen 24 november en 2 december van vorig jaar – de zogeheten ‘staatsbon Leterme’ – geldt er een uitzondering. Hiervoor blijft de roerende voorheffing behouden op 15%. Bovendien is de bijkomende heffing van 4% hierop niet van toepassing en worden de uitbetaalde interesten ook niet mee in aanmerking genomen voor het grensbedrag van 20.020 euro. De meldingsplicht is hiervoor echter wel van toepassing.

Voordeel van tak21 spaarverzekeringen

Ook met een tak21 spaarverzekering hebt u de mogelijkheid om de belasting te vermijden. Na 8 jaar vervalt hiervoor immers de verplichting om roerende voorheffing in te houden, en daarmee ook de aangifteplicht en de bijkomende heffing van 4%. Door vanaf de intekening en voor de hele looptijd een overlijdensdekking van minimaal 130% aan het contract te koppelen, en voor zover u de intekenaar, verzekerde en begunstigde bij leven bent, kunt u deze vrijstelling bovendien ook al tijdens de eerste 8 jaar verkrijgen.

Taks op omzetting van toondereffecten

Beleggers die nog papieren effecten in hun kluis hebben liggen, moeten vanaf 2012 ook rekening houden met de nieuw ingevoerde ‘taks op de omzetting van effecten aan toonder’. In principe moeten tegen eind 2013 alle effecten aan toonder op een effectenrekening worden gedeponeerd of omgezet worden in aandelen of effecten op naam. Hoe sneller u daar werk van maakt, hoe goedkoper het echter is. Voor alle omzettingen die in 2012 gebeuren, voorziet de wet nu in een taks van 1% en die stijgt naar 2% voor de omzettingen in 2013. Voor effecten die op de beurs genoteerd zijn, zal deze taks worden berekend op de laatste koers. Voor niet-beursgenoteerde obligaties neemt men hiervoor de nominale waarde en voor beleggingsfondsen, sicavs en beveks de laatste inventariswaarde.

Belastingvermindering voor pensioensparen wordt afgetopt

Ook pensioenspaarders zullen waarschijnlijk voortaan een extra steentje moeten bijdragen aan het overheidsbudget. In het regeerakkoord Di Rupo wordt immers voorzien dat de belastingvermindering voor pensioensparen vanaf dit jaar zal terugvallen tot 30% van de storting, terwijl die tot vorig jaar nog tussen de 30 en de 40% lag (afhankelijk van de inkomenssituatie van de belastingplichtige). Diezelfde aftopping zou ook van toepassing zijn voor de premies die in het kader van het langetermijnsparen worden gestort voor een individuele levensverzekering en voor de persoonlijke bijdrage die u als werknemer betaalt voor het extralegaal pensioenplan georganiseerd door uw werkgever. Deze bepalingen werden echter tot op heden door geen enkele wettekst bevestigd.

Fiscaal langetermijnsparen: eenmalige taks van 6,5%

De programmawet van 22 juni 2012 voorziet, onder andere, de bepalingen met betrekking tot de belastinginning van een eenmalige taks van 6,5% op bepaalde verzekeringscontracten individueel leven en pensioensparen (zowel op pensioenspaarverzekeringen als op pensioenspaarrekeningen).

De huidige fiscale wetgeving voorziet een vervroegde heffing op 60-jarige leeftijd van de verzekerde/titularis van een pensioenspaarrekening. Voor verzekeringscontracten betreft het alleen contracten die aan bepaalde voorwaarden voldoen, zoals fiscaal aftrekbaar zijn, niet tot de afbetaling of wedersamenstelling van een hypothecair krediet dienen en een kapitaal bij leven verzekeren. Op deze contracten/rekeningen wordt een heffing van 16,5% ingehouden op alle reserves/kapitalen die voor 1993 werden opgebouwd enerzijds, en een heffing van 10% voor alle reserves/kapitalen die na 1993 werden opgebouwd anderzijds.

De nieuwe maatregel beoogt het innen van een voorschot van 6,5% op de opgebouwde reserves/kapitalen van voor 1993 (dus op de 16,5%). Voor alle reserves/kapitalen van het contract/de rekening, zal bij de definitieve heffing dus nog 10% moeten worden ingehouden. De wet richt zich op contracten individueel leven en pensioensparen (zowel pensioenspaarverzekeringen als op pensioenspaarrekeningen) waarvan de reserves/kapitalen zijn samengesteld door premies/stortingen die voor 1993 werden betaald. De verzekeringscontracten die alleen prestaties voorzien in geval van overlijden of die de afbetaling of wedersamenstelling van een hypothecair krediet trachten te garanderen, zijn niet betrokken.

De heffing zal op de theoretische afkoopwaarden van de contracten/het spaartegoed op de pensioenspaarrekening worden toegepast. De referentiedatum voor de berekening van deze waarden zal 1 januari 2012 zijn. Het is aan de financiële instellingen (verzekeraars en bankiers) om deze heffing van 6,5% aan de Belgische Staat te betalen. De heffing zal vervolgens op de betrokken contracten/rekeningen worden aangerekend.

Voor wat de verzekeringscontracten individueel leven betreft, zal de eenmalige taks van 6,5% ten laatste op 1 oktober 2012 moeten worden betaald. Voor de verzekeringscontracten pensioensparen, evenals voor de pensioenspaarrekeningen moet een Koninklijk Besluit de inwerkingtreding van deze taks nog bepalen.

Btw op het ereloon van de notaris

Een laatste maatregel die we hier willen toelichten, is dat u voortaan 21% btw verschuldigd zal zijn op het ereloon van uw notaris. Bij de aankoop van een huis van bijvoorbeeld 200.000 euro zal het kostenplaatje daardoor met zo’n 400 à 500 euro toenemen. En voor het verlijden van een leningsakte voor datzelfde bedrag stijgt het prijskaartje met zo’n 180 euro. Voor de opmaak van een authentiek testament, normale kostprijs 200 euro, zal de prijs met 42 euro toenemen door de aanrekening van 21% btw.

De fiscale informatie in dit document vormt een samenvatting van de toegepaste regels, op basis van de wettelijke bepalingen die momenteel van kracht zijn en rekening houdend met de beschikbare inlichtingen van officiële bronnen. In het geval van een nieuw element, kunnen deze regels worden aangepast, zonder dat Bankshopper ervoor aansprakelijk kan worden gesteld.