Wat is een obligatie?

Obligaties zijn financiële produkten die u aankoopt om uw vermogen te doen renderen. Deze produkten zijn minder gekend dan aandelen en hebben ook totaal andere kenmerken..

Bij het kopen van een aandeel van een onderneming investeert u rechtstreeks in het kapitaal van deze onderneming. Een aandeel is dus een eigendomstitel. In ruil voor deze investering zal de onderneming u zo vaak mogelijk belonen door de uitkering van haar jaarlijkse winsten onder de vorm van een dividend op het aandeel. Dit dividend is uiteraard variabel: de grootte ervan hangt zowel van de gekozen strategie door de bestuurders af als van de winstmogelijkheden van de onderneming.

Bij het kopen van een obligatie leent u uw kapitaal aan een organisme die daarmee haar schulden zal aflossen of investeringen kan realiseren (de uitgever kan dus zowel een ondernemer zijn als een publieke groep of een Staat of... ). Een obligatie is zodoende een schuldvordering. Het vormt het bewijsstuk dat de uitgever ervan u een bepaalde som verschuldigd is. In ruil voor uw lening zal de uitgever u zo vaak mogelijk belonen door de betaling van een interest onder de vorm van een coupon. De naam 'coupon' dateert van vroeger : deze financiële effecten werden gedrukt op papier en het innen van de intrest gebeurde door de afgifte van de coupons die van het papieren effect geknipt werden. Sinds één januari 2008 is dat definitief afgeschaft.

De risico's gebonden aan obligaties

Obligaties worden verhandeld op de effectenbeurs. De koers van de obligaties is afhankelijk van een aantal factoren. De eerste factor is de uitgevende instelling. Als het bedrijf of de instelling waaraan u geld heeft geleend failliet gaat, dan is het slechts hopen dat u uw geld nog krijgt. Geld lenen aan de overheid houd dus minder risico in dan geld lenen aan een klein onbekend bedrijf. Hoe groter het faillissementsrisico hoe hoger de rente. Dat heeft tot gevolg dat de overheid en grote, bekende bedrijven meestal minder rente betalen dan kleinere bedrijven. Een heel belangrijke factor binnen de obligatiekoersen is de rente. Als de rente op de kapitaalmarkt hoog is dan zal de rente op obligaties ook hoog zijn. Als de rente laag is dan zal de instantie die de obligaties uitgeeft ook een lage rente betalen. Concreet wilt dit zeggen dat bij een stijgende rente de waarde van uw obligatie daalt. Bij een dalende rente stijgt de waarde van uw obligatie. In de volgende paragraaf zal dit aan de hand van een voorbeeld uitgelegd worden. Stel, u koopt een obligatie die u de komende tien jaar recht geeft op een rente van 6%. Als de kapitaalmarktrente nu daalt naar 5% dan zullen de nieuwe obligaties ook een lagere rente krijgen. Uw obligatie is nu in waarde gestegen. Ze heeft immers een hogere rente dan de nieuwe obligaties die op de markt komen. Als de kapitaalmarktrente nu zou stijgen na de aankoop van uw obligatie dan zal uw obligatie aan waarde verliezen.Als u door de intekening op een obligatie akkoord gaat met de intrestvoet, gaat u ervan uit dat uw belegging rendabel zal zijn in de komende jaren. Nochtans kan een sterke inflatie roet in het eten gooien, namelijk als deze hoger wordt dan uw rendement. Bovendien reageert de markt in geval van inflatie ook met hogere intrestvoeten teneinde de inflatie in te dijken. En dit heeft natuurlijk een implicatie voor de waarde van uw obligatie. Ter bescherming worden daarom soms geïndexeerde obligaties aangeboden. Wat op zijn beurt een implicatie zal hebben op het rendement. Obligaties kan u kopen in een andere valuta dan de uwe. Als bepaalde landen hogere rendementen bieden, kan dit  soms interessant zijn. Maar deze obligaties worden wel uitgegeven in hun eigen munt. Zodoende zal het rendement van uw obligatie onderhevig zijn aan de wisselkoers van deze munt tegenover de uwe. Als deze laatste sterker is op het moment van de uitbetaling op vervaldag, zal u meer terugkrijgen dan wat u oorspronkelijk belegd hebt. Jammer genoeg is natuurlijk ook het omgekeerde waar.

De verschillende soorten obligaties

Om tegemoet te komen aan enerzijds de verschillende behoeftes van de uitgevers en anderzijds de bijzondere verwachtingen van de beleggers bestaan er meerdere soorten obligaties:

  • Obligaties met een vast rendement:  Deze komen het meest voor. Deze obligaties garanderen de betaling van een vast rendement tijdens de hele duur van de lening (tot aan de vervaldatum). Het percentage staat vast op het moment van de aankoop op de primaire markt. Zodra deze verhandeld worden op de secondaire markt, zal haar koers echter variëren in functie van het reëel rendement dat op dat moment voor dat type produkt te verkrijgen is.
  • Obligaties met een variabel rendement: Tijdens de duur van deze obligatie kan de intrestvoet wijzigen. Ze zal aangepast worden aan de tarieven die gangbaar zijn in de markt op dat moment. De aanpassing heeft dus geen betrekking op de prijs van de obligatie maar op diens rendement. Dit soort produkt kan in goede tijden interessant zijn maar tegelijkertijd ongunstig uitvallen in de periodes met lage intrestvoeten.
  • Obligaties met zero-coupon: Deze bieden geen interest en worden dus aan een lagere prijs dan de terugbetaalwaarde verkocht. Het verschil tussen de aanschafprijs en de eindwaarde is het finaal rendement voor de belegger.
  • Geïndexeerde obligaties: Op de coupon van de obligatie wordt een vermenigvuldigingscoëfficient toegepast die gekoppeld is aan de jaarlijkse inflatiekoers. Zo zal bij een sterke inflatie het mogelijk verlies van rendement op dit type obligatie minder groot zijn. Maar het indekken van rendementsverlies kost geld, waardoor dit type produkt meestal een lager rendement zal genereren dan obligaties met een vast rendement.
  • Converteerbare obligaties: Op het einde van de looptijd zal de obligatiehouder zijn lening niet terugbetaald krijgen doch zijn recht op omzetting kunnen uitoefenen. Zo kan hij uitbetaald worden in aandelen van de onderneming volgens een vooraf bepaalde pariteit. De voordelen voor de uitgever zijn tweërlei: enerzijds moet hij geen cash voorzien om de lening af te lossen en anderzijds zal de te betalen intrest lager zijn. Deze obligaties bieden inderdaad een lager rendement omdat de belegger eigenlijk vergoed wordt door de mogelijkheid om later aandelen te krijgen. Dit type kan heel voordelig zijn als men verwacht dat de aandelenkoers flink gaat stijgen, omdat zodoende de waarde van de obligatie de lucht ingaat.
  • Eeuwigdurende obligaties: Zoals uit de benaming af te leiden is, heeft deze obligatie geen vervaldatum: het geleend geld wordt theoretisch gezien niet terugbetaald door de emittent (of toch niet op een datum die nu al vastgelegd wordt). Om het nadeel van de eeuwigdurendheid (of onbekende einddatum) te milderen gaan deze obligaties immers coupons geven met rendementen die in het algemeen veel hoger liggen (soms hoger dan 10%) dan deze van de klassieke obligaties. Beleggers die op zoek zijn naar snelle en hoge cash-flow zijn daarom een goede doelgroep. Ondanks de benaming 'obligatie' kennen deze effecten toch een heel ander risicoprofiel dan de klassieke obligatie. Er gaat immers veel meer speculatie mee gepaard door de onzekerheid of er later nog een terugbetaling zal zijn en zoja, van welke grootorde (in tegenstelling tot een klassieke obligatie waarbij men altijd zeker is van terugbetaling van het geleende geld op einddatum ongeacht de marktomstandigheden).

Hoe werkt de obligatiemarkt?

Zoals alle financiële produkten worden obligaties verhandeld op een markt. In termen van volume is de obligatiemarkt is de grootste ter wereld. Verscheidene kredietbeoordelingskantoren (of 'rating'kantoren) geven aan de obligaties een bepaalde notering waarmee het solvabiliteitsrisico van de uitgever aangeduid wordt. Hieruit haalt de geldschieter (ontlener) de nodige informatie om de garantie van de obligatie te kennen. Zo geeft een notering AAA aan dat de terugbetalingscapaciteit volledig zeker en veilig is. Deze notering wordt meestal gegeven aan Staten die theoretisch gezien zeker zijn dat ze hun leningen kunnen aflossen. Bepaalde ondernemingen of landen zullen van meet af aan veel minder goed genoteerd worden omwille van hun meer kwetsbare financiële toestand. De ratingkantoren (zoals Standard & Poor’sMoody’s en Fitch) liggen wel vaak onder vuur.Zo was recent, door de subprime kredietcrisis, immers gebleken dat zij sommige financiële produkten onterecht een hoge notering hadden gegeven terwijl deze finaal veel riskanter bleken te zijn. Bovendien mag men niet vergeten dat sommige noteringskantoren een adviserende functie vervullen in de ondernemingen die obligaties uitgeven. Als men zowel rechter als partij is, wordt het risico van de onderneming makkelijker foutief meegedeeld. Hoewel men de noteringen dus niet blindelings mag geloven, zijn ze al bij al een zeer nuttige graadmeter om de risico's van de beoogde beleggingsstrategie in te schatten. Een niet te miskennen gevolg van de notering is wel de impact ervan op het rendement van de obligatie. Als u immers geld leent aan iemand die niet geheel te vertrouwen is, zal u een hogere interest eisen als een soort risicopremie. Ook bij obligaties werkt dit zo. Als een goed genoteerde onderneming een obligatie uitgeeft zal u een lagere opbrengst mogen verwachten. Daarentegen zullen risicovolle ondernemingen hoge coupons beloven om uw geld aan te trekken (obligaties met hoog rendement). Deze produkten zijn zodoende riskant en tegelijkertijd zeer speculatief. In een eerste fase zal een onderneming die nieuwe obligaties uitgeeft een beroep doen op de primaire obligatiemarkt waar deze effecten door verscheidene investeerders (banken, particuliere fondsen,...) worden aangekocht. Wil men op lange termijn investeren, heeft de aankoop op de primaire markt het voordeel dat de uitgifteprijs nog niet aangetast is door de wet van vraag en aanbod tussen de verkopende en kopende partij. Eenmaal uitgegeven wordt de obligatie immers geruild op de secondaire obligatiemarkt. Zij wordt daar een verhandelbaar financieel effect waarvan de koers wijzigt in de tijd. Zodra ze op de markt is, komt de obligatie in concurrentie met andere schulden. Bij een zelfde risicograad als andere obligaties maar met een hoger rendement, zal dit effect hoog bevraagd zijn waardoor de koers stijgt (uitgedrukt in percenten). Deze prijsstijging zorgt er dan weer voor dat het finaal rendement voor de nieuwe belegger daalt.

Op de hoogte blijven van nieuwe uitgiftes van Belgische bedrijfsobligaties?

Schrijf u gratis in op het rentesignaal voor Belgische bedrijfsobligaties.